Frank Beker stapte binnen bij UW op een moment dat de organisatie volop in beweging was. Voor hem persoonlijk geen lange geschiedenis om op terug te kijken, wel een duidelijke opdracht: meebouwen aan een organisatie die beter draait, vooruitkijkt en medewerkers perspectief biedt.
Vanuit zijn ervaring in uitvoerende organisaties kijkt hij met een frisse blik naar ontwikkeling, werk en samenwerking met opdrachtgevers.
Frank benoemt hoe belangrijk het is om deze gesprekken (de interviewreeks over het nieuwe UW, red.) te voeren met mensen uit verschillende hoeken van de organisatie. ‘Je krijgt echt een kijkje in hoe er wordt gedacht, en je merkt dat de antwoorden veranderen naarmate de organisatie verandert.’ Die beweging ziet hij ook terug in de praktijk: er is nieuwe instroom, nauwere samenwerking met de gemeente en steeds meer aandacht voor hoe werk en mensen beter op elkaar kunnen aansluiten.
Ontwikkelen versus verdienen
‘We hebben te vaak ja gezegd, zonder dat het iets opleverde voor onze mensen.’
Een terugkerend spanningsveld is de combinatie van ontwikkeling en bedrijfsvoering. Frank is daar open over. Sommige werkzaamheden leveren financieel weinig op, terwijl andere werksoorten direct ‘doortellen’. ‘Als je het puur bedrijfsmatig bekijkt, maak je soms keuzes die niet logisch lijken vanuit ontwikkeling, en andersom.’ Toch ziet hij daar geen tegenstelling in, zolang er bewust wordt gekozen. 'We kunnen soms werk aannemen waar weinig aan wordt verdiend omdat het bijdraagt aan de groei van medewerkers.'
Daar hoort volgens hem ook een andere houding richting opdrachtgevers bij. In het verleden was UW vaak geneigd om snel ja te zeggen, zonder duidelijke afspraken over de rol van de opdrachtgever. ‘Dat gesprek moeten we vaker voeren. Ontwikkeling is niet alleen ónze verantwoordelijkheid . In de huidige krappe arbeidsmarkt is er ook voldoende ruimte en staan opdrachtgevers er steeds meer voor open om medewerkers met een ondersteuningsvraag in te zetten.’ Een recent voorbeeld laat zien dat dit werkt: bij een nieuwe opdracht betaalt de opdrachtgever aanzienlijk meer, juist omdat zij de maatschappelijke waarde én de kwaliteit van het werk erkennen.
In de huidige krappe arbeidsmarkt is er ook voldoende ruimte en staan opdrachtgevers er steeds meer voor open om medewerkers met een ondersteuningsvraag in te zetten.’
Werk passend maken
Wat Frank drijft, is zijn overtuiging dat werk moet passen bij de medewerker. Die overtuiging neemt hij mee uit eerdere functies. ‘Ik kom uit organisaties waar alles draaide om het werk. Ik vond altijd dat het andersom moest . Het draait om de mensen die het werk uitvoeren.’ Bij UW herkent hij diezelfde gedachte. Tegelijkertijd ziet hij nieuwe uitdagingen ontstaan, zoals toenemende fysieke klachten bij medewerkers. Dat vraagt om slimmer organiseren, anders inrichten van werkzaamheden en blijven kijken naar wat wél kan.
De voldoening zit voor hem in de kleine dingen: blije gezichten op de werkvloer, mensen die met plezier hun dag beginnen. ‘Daar doe je het voor.’ Financiële resultaten zijn belangrijk, maar niet het doel op zich. ‘Vanuit gelijkwaardigheid, ondernemerschap en gedeelde verantwoordelijkheid zorgen we voor waardevol werk voor iedereen. De financiële resultaten volgen dan vanzelf.'
Vooruitkijken en stilstand voorkomen
Als Frank twee jaar vooruitkijkt, ziet hij vooral een organisatie die soepeler draait. Minder stilstand, meer verschillende werksoorten en meer mogelijkheden om door te stromen, binnen of buiten UW. Stilstand is nu nog een risico, bijvoorbeeld wanneer werk onverwacht wegvalt. ‘Dat moeten we echt gaan voorkomen door meer vooruit te kijken.’ Daarvoor is beter inzicht nodig in drie dingen: de planning van medewerkers, de planning van werk en de planning van nieuwe opdrachten. Die sluiten nu nog onvoldoende op elkaar aan. Met ondersteuning van software hoopt hij daar meer grip op te krijgen. ‘We weten soms niet goed wat de impact is als mensen een week niet werken. Dat inzicht heb je nodig om beter te sturen.’
'Als je in je vacature heel concreet bent over het werk, de plek en de tijden, dan komen er wel kandidaten.'
Instroom anders organiseren
Een ander aandachtspunt is instroom van nieuwe medewerkers. Kandidaten komen niet vanzelf. Frank ziet dat de manier waarop vacatures worden geformuleerd een groot verschil maakt. ‘Als je hele algemene vacatures opstelt en roept dat je mensen nodig hebt, gebeurt er weinig. Als je in je vacature heel concreet bent over het werk, de plek en de tijden, dan komen er wel kandidaten .’ Dat vraagt ook om een kritische blik op de eigen rol. Niet alleen wijzen naar de gemeente, maar kijken wat je zelf kunt verbeteren in het proces.
Bouwen na een lastige periode
UW komt uit een moeilijke fase, waarin veel tegelijk veranderde. Nieuwe mensen, nieuwe structuren en andere verwachtingen. Volgens Frank hoort daar ook realisme bij. Er zullen dips zijn, zoals door externe factoren als slecht weer. Maar hij is optimistisch. Het grootste risico ziet hij niet in cijfers, maar in het niet kunnen inzetten van voldoende medewerkers. Voor de plannen die er liggen, zijn straks aanzienlijk meer medewerkers nodig. Toch overheerst vertrouwen. ‘Als we blijven zoeken naar andere manieren, blijven kijken naar wat werkt en verantwoordelijkheid nemen voor onze eigen rol, dan komt het goed.’ Uiteindelijk gaat het voor hem om tastbare resultaten: ‘Het gaat om mensen die zich ontwikkelen, aan het werk zijn en daar trots op zijn. Dán klopt het plaatje.’